Wie is Remco Campert?

10 minuten leestijd

© ANP

Wie is Remco Campert?

Personen

Je leest nu

Wie is Remco Campert?

    • Deel op

    • Gekopieerd
  • 33
  • 6696
Bekijk de collectie Nederlandstalige literatuur12 verhalen

"In Nederland houdt iedereen van Remco Campert." Campert (89) is een van Nederlands meest geliefde literaire figuren vanwege zijn lichte, toegankelijke en pretentieloze stijl. Collega Ronald Giphart zet het werk en leven van Campert op een rij.

Samengesteld door Ronald Giphart

Remco Campert is dichter, schrijver en columnist. Hij maakt deel uit van de literaire beweging van de Vijftigers. Zijn grote doorbraak komt met het verschijnen van Het leven is vurrukkulluk. De bekendheid die Remco Campert verwerft met zijn debuutroman leidt niet slechts tot een carrière als schrijver. Het goed gelezen proza van Campert stelt hem in staat te blijven dichten, iets wat hij het liefste doet en wat hem het meest aan het hart ligt. “In Nederland houdt iedereen van Campert,” merkt een literair criticus op. In meerdere van zijn werken zal Amsterdam als inspiratiebron fungeren, waaronder in Het leven is vurrukkulluk en het gedicht uit het onderstaande fragment.

Ode aan Remco Campert

In het najaar van 2018 brengen tal van muzikale en literaire vrienden, onder wie Jan Mulder, Kees van Kooten en Giovanca, een ode aan Remco Campert. In de bijbehorende tv-uitzending vertellen ze over hun bijzondere band met de schrijver. 

Het levenslicht zag ik in Den Haag
maar in Amsterdam, Van Eeghenlaan zeven,
temidden van dichters
zagen mijn wóórden het licht

De hele aflevering zien? Kijk op NPO.nl.

Hoe is de jeugd van Remco Campert?

Remco Wouter Campert wordt op 28 juli 1929 geboren in Den Haag. Zijn ouders zijn de dichter Jan Campert en de actrice Joekie Broedelet. Zijn vader is bekend van het in 1941 geschreven verzetsdicht Het lied der achttien dooden, geschreven naar aanleiding van de dood van achttien verzetsstrijders. Jan Campert verlaat het gezin als Remco drie jaar is. Vader en zoon zullen elkaar nog zelden zien.

Remco’s moeder Joekie heeft een veeleisend bestaan als actrice, zij is veel op tournee en dus vaak van huis. De waardevolste momenten tussen moeder en zoon zijn die wanneer Remco zijn moeder helpt met het repeteren van haar teksten. Remco wordt vaak bij zijn grootouders ondergebracht. Van zijn grootvader van moeders kant, naast acteur ook schrijver van feuilletons en toneelrecensies, neemt hij de interesse in schrijven over. Remco leert al snel alleen te zijn. Het verhaal gaat dat de dichter J.C. Bloem hem een keer bij een tramhalte heeft zien wachten en daarover tegen Joekie zei dat "die jongen niets of niemand nodig heeft".

"Als men mij nu vroeg: heb je altijd geweten en gevoeld dat Remco een dichter zou worden? Dan moet ik zeggen: nee."

Deel alinea

In de oorlog gaat de dan tienjarige Remco bij een pleeggezin wonen en in 1942 verhuist hij met hen mee naar het dorp Epe op de Veluwe. De oorlog lijkt ver weg en Remco beleeft een aangename kindertijd. Zijn moeder ziet hij niet veel, behalve wanneer Joekie haar zoon de onheilstijding komt brengen dat zijn vader in het concentratiekamp Neuengamme is overleden. Jan Campert is daar terechtgekomen doordat hij Joodse mensen naar België heeft proberen te smokkelen. Remco schrijft jaren later naar aanleiding van deze gebeurtenis het gedicht Januari 1943.

Na de oorlog gaat Remco weer bij zijn moeder wonen in Amsterdam. Hij bezoekt het Amsterdams Lyceum waar hij bevriend raakt met Rudy Kousbroek, met wie hij de schoolkrant vol zal schrijven (onder andere een kritische recensie van De avonden van Gerard van het Reve). Verder vindt Remco school een groot drama. Hij spijbelt veel, op het laatst wel twee maanden achter elkaar en dit resulteert in het besluit om school te verlaten, met wederzijdse goedkeuring.

"Ik ben geboren, om daarmee te beginnen, in Den Haag, en als kind van een kunstenaarsfamilie."

Hoe wordt Remco Campert schrijver?

Al op jonge leeftijd schrijft Campert voor zijn eigen plezier zijn eerste gedichten. Schrijven gaat hem heel makkelijk af en hij heeft ‘schrijflol’. Op de middelbare school houdt hij zich met groot enthousiasme bezig met het vullen van de schoolkrant. Na zijn vroegtijdige verwijdering van school verdient Campert zijn geld met vertaalwerk en het schrijven van reclameteksten.

Met zijn schoolvriend Rudy Kousbroek richt hij in het voorjaar van 1950 het literaire tijdschrift Braak op. Campert heeft grote bewondering voor Lucebert en Bert Schierbeek, en al snel zullen zij zich bij de redactie voegen. Later zullen nog volgen Hans Andreus, Jan Elburg, Gerrit Kouwenaar en Simon Vinkenoog. Het tijdschrift zet zich af tegen de poëzievorm die duidelijk wordt beïnvloed door Menno ter Braak. Ze vinden deze poëzie gekunsteld en niet spontaan. Campert zal later dit verzet relativeren door te zeggen dat ze toch ergens tegen moesten zijn, omdat dat nou eenmaal hoorde bij het oprichten van een literair blaadje.

Deel alinea

Portret van een jonge Remco Campert (1963).

In 1951 verschijnt de bloemlezing Atonaal van Simon Vinkenoog met veel werk van bovenstaande dichters. Hierna zal het groepje dichters als ‘De Vijftigers’ bekend staan. Van al deze experimentele dichters is Campert de dichter met het meest toegankelijke taalgebruik (spreektaal welteverstaan). Hoewel de dichters behalve het experiment in de poëzie weinig gemeen hebben, is het een vriendengroep voor het leven.

In 1951 verschijnt Camperts eerste dichtbundel: Vogels vliegen toch. In de daarop volgende jaren zal hij veel gedichten- en verhalenbundels publiceren, maar financieel is dit geen vetpot.

Waarom schrijft Campert Het leven is vurrukkulluk?

Campert kiest voor een andere aanpak en werpt zich in 1961 op het schrijven van een roman. In één ruk – naar eigen zeggen in een aantal weken – schrijft hij het boek in een lichtvoetige en vrolijke stijl. Hij begint zonder schema, schrijft de eerste regel en de rest volgt als vanzelf. Die eerste regelt luidt: “Het leven is vurrukkulluk, zei Panda.”

"Seks, leven, uitgaan, Amsterdam..."

Deel alinea

De opzet slaagt: het boek wordt een daverend succes en zorgt voor zijn doorbraak bij een groot publiek, er worden honderdduizend exemplaren verkocht. Dit betekent het einde van Camperts geldzorgen. De roman wordt een literaire klassieker, die nog steeds wordt gelezen. Het verhaal gaat over de twee artistieke vrienden Mees en Boelie die het zestienjarige meisje Panda tegenkomen. Ze roken ‘Marry-you-anna’, beleven ‘viesziek plezier’ en er wordt wat door het Vondelpark geslenterd. Na verschijning doet het boek ook stof opwaaien, maar dit is nooit Camperts bedoeling geweest.

"Eindelijk ging het eens op een humoristische manier over liefde, en over het leven."

"Het leven is vurrukkulluk is een symbool geworden van de vrolijke en vrije jaren zestig."

Ronald Giphart

Hoe gaat het met Campert na Het leven is vurrukkulluk?

In de hierop volgende jaren gaan bij Campert poëzie en proza steeds meer door elkaar lopen.

Hoe duidelijker ik ’t wil zeggen

hoe slechter ik uit mijn woorden kom

 

dit lijkt me een typisch verschijnsel

van het een of ander

 

De hele aflevering zien? Kijk op NPO.nl.

In 1968 verschijnt Tjeempie! of Liesje in luiletterland en ook dit boek wordt een bestseller. Tjeempie is een satire waarin verschillende herkenbare Nederlandse schrijvers op de hak worden genomen, zonder dat het akelig wordt.

In 1969 gaat Campert werken als redacteur bij uitgeverij De Bezige Bij en dit zal hij de volgende tien jaar blijven doen. In deze jaren komt Campert nauwelijks aan het schrijven van poëzie toe. Wel schrijft hij verhalen en columns en werkt hij voor Poetry International. In deze periode maakt Campert een schrijfcrisis door: hij voelt een fysieke afkeer tegen het schrijven, hij twijfelt voortdurend, onder andere over zijn talent en over de vraag of hij het tweede gedeelte van zijn leven ook wil vullen met schrijven. 

Ondanks zijn writer’s block ontvangt Campert in 1976 de P.C. Hooftprijs voor zijn poëzie. In 1984 begint hij voor de Volkskrant columns te schrijven en dat doet hij tot maart 2018. In deze jaren zal hij ook met Jan Mulder en Bart Chabot verschillende theatertours maken.

Deel alinea

Campert neemt de P.C. Hooftprijs in ontvangst (1976).

In 2004 verschijnt er na veertien jaar weer een nieuwe roman, Een liefde in Parijs. Het boek wordt goed ontvangen en hierna zal er van Campert weer jaarlijks een publicatie komen, van proza én poëzie. In 2015 ontvangt hij de Prijs der Nederlandse Letteren.

De hele aflevering zien? Kijk op NPO.nl.

Hoe is het heden ten dage met proza en poëzie in het leven van Campert?

Het schrijven is Campert altijd goed afgegaan, het kost hem weinig moeite, op het schrijfblok in de jaren zeventig na. Zelfs nu hij ver in de tachtig is beleeft hij veel schrijflol, vooral in poëzie, zijn echte grote liefde. Proza schrijven beschouwt hij meer als ‘baantje’. Als achttienjarige beseft hij al dat hij dichter is.

      “Alle woorden werden wakker in mij,” dichtte hij.

Het schrijven is voor Campert zijn grote redding: “Een plechtanker.” Hij voelt zich een zondagskind onder de schrijvers, vanwege het gemak en het plezier waarmee hij schrijft. Campert: “Er knaagt niets van binnen.”

"Ik heb altijd gedacht: lukt het nu niet, dan lukt het morgen wel."

Het is een vak dat hij beheerst zonder ervoor te hebben gestudeerd. Naar eigen zeggen heeft hij als jongeling ook interesse in het leven als jazzmuzikant of als kunstschilder, maar beide bekwaamheden vereisen enige jaren opleiding – en dat is nou net waar de jonge Campert geen zin in heeft. Gedurende het verstrijken der jaren is Campert trouw gebleven aan zijn eigen stijl. Hij maakt gebruik van spreektaal, zijn hoofdpersonages zijn anti-helden en hij wil amuseren. Bij hem is niks tussen de regels te vinden, er staat wat er staat.

Deel alinea

Remco Campert wint de 'Gouden Schrijfmachine' (2014).

Hoe is het met Campert en de liefde?

Als Campert twintig jaar is trouwt hij met Freddy Rutgers, een meisje uit Wassenaar. Het stel vertrekt snel naar Parijs. Bij terugkomst in Nederland, halverwege de jaren vijftig, gaan ze uit elkaar. Freddy krijgt een relatie met Gerrit Kouwenaar en Campert wordt verliefd op de dichteres Fritzi ten Harmsen van der Beek, die hij ontmoet op het Boekenbal. Hij trouwt met haar in 1957 en trekt bij haar in op de buitenplaats Jagtlust in Blaricum. Dat huis is een verzamelplek van kunstenaars, schrijvers en dichters die grootse feesten vieren onder het genot van heel veel alcohol. Campert beseft na een jaar dat van werken weinig terechtkomt en hij verlaat Fritzi om weer terug te keren naar Amsterdam.

In 1960 ontmoet hij Lucia van de Berg. Ze krijgen twee dochters: Emanuela en Cleo. In 1964 vertrekt het gezin naar Antwerpen maar al weer twee jaar later keert Campert in zijn eentje terug naar Amsterdam.

Remco Campert vertelt om welke redenen hij naar Antwerpen is verhuisd.

Hij zal weinig contact hebben met zijn dochters. Volgens zijn latere en laatste vrouw Deborah Wolf is het matige vaderschap van Campert niet te wijten aan onwil, maar aan het feit dat hij nooit een goed voorbeeld heeft gehad van hoe het wél moest. Over de eerste drie huwelijken zal Campert later zeggen dat hij ze heeft afgeraffeld, zoals een kind in een schoolschrift met zijn huiswerk doet, omdat hij met zijn vriendjes buiten wil gaan spelen.

Deel alinea

Deborah Wolf en Remco Campert (2016).

Campert ontmoet Deborah Wolf tijdens de opening van een tentoonstelling waar zij in vuur en vlam raakt als ze hem een gedicht hoort voordragen. Nog diezelfde avond neemt ze hem mee naar huis. Ze blijven zo’n vijftien jaar samen, maar in 1980 komt het toch tot een scheiding door toedoen van een teveel aan alcohol en overspel. Ze blijven de jaren erna wel goede vrienden en maken gekscherend de belofte om weer samen te gaan wonen als ze oud zijn. Deze belofte wordt ingelost en in 1996 trouwen ze. Ze wonen samen in Amsterdam in een ruime woning waar ze beiden de luxe van een eigen vertrek hebben, een vereiste volgens beiden om samen gelukkig oud te worden. Hun graf hebben ze ook al uitgezocht, op Zorgvlied, gezellig naast hun vrienden Kees en Barbara van Kooten, Campert heeft er al bijna zin in.

In het kort:

  • Remco Campert wordt op 28 juli 1929 geboren in Den Haag. Hij leert al snel alleen te zijn: zijn vader zal hij niet vaak zien en zijn moeder is een druk actrice. Tijdens de oorlog woont hij bij een pleeggezin in het dorp Epe. Zijn vader komt om in het concentratiekamp Neuengamme.

  • Campert begint al vroeg met schrijven. Hij schrijft voor de schoolkrant, doet wat vertaalwerk en verzint reclameteksten. Met Rudy Kousbroek richt hij het literaire tijdschrift Braak op en publiceert zijn eerste dichtbundel: Vogels vliegen toch.

  • In 1961 verschijnt de eerste roman van Remco Campert. Het leven is vurrukkulluk betekent de doorbraak van Campert bij een groot publiek, en wordt inmiddels beschouwd als een literaire klassieker.

  • In de hierop volgende jaren gaan bij Campert poëzie en proza steeds meer door elkaar lopen. Hij schrijft Tjeempie! en gaat aan de slag als redacteur bij de Bezige Bij. Ondanks zijn writer’s block gedurende deze periode ontvangt Campert in 1976 de P.C. Hooftprijs voor zijn poëzie.

  • In 2015 ontvangt hij de Prijs der Nederlandse Letteren. Hij beschouwt deze prijs als de kroon op zijn werk.

Deel dit venster

collection

Schrijvers

Voor NPO Focus schrijft Ronald Giphart mooie portretten van zijn collega-schrijvers, van Harry Mulisch tot Herman Brusselmans. Ook in de reeks: buitenlandse grootheden als Shakespeare, Tsjechov en Roald Dahl.